Op 19 juni hebben we een online dialoog gevoerd. De centrale vraag was “Hoe begeleid je het ongemak in de tussenruimte die dialoog biedt?” Deze vraag was naar voren gekomen, nadat we het in onze vorige dialoog hebben gehad over de tussenruimte in een gepolariseerd veld. Onze aandacht werd in dat gesprek vooral getrokken naar de momenten dat de dialoog zelf onder druk kwam te staan.
In dit gesprek willen we de momenten onderzoeken die we in dialogen tegenkomen waarbij de ervaren ruimte zich ineens vernauwt. We gebruiken hiervoor de kapstok ‘ongemak’.
We inventariseren eerst wat er bij ons opkomt bij ‘ongemak’. We noemen onder andere ‘het verduren van onrust’; ‘getriggerd raken als het te snel gaat’; ‘onzichtbaar willen zijn’; ‘confrontatie met eigen onvermogen’; ‘iemand gedraagt zich overheersend’; ‘de ruimte wordt volgepraat’; ‘er is iets dat er niet mag zijn’.
Als we daarna dieper kijken naar onze ervaringen met ongemak in de dialoog, blijken er voor mij drie aspecten terug te komen. Ten eerste is er iets ‘niet goed’ in de situatie, dat niet expliciet is gemaakt. Bijvoorbeeld dreigen deelnemers af te haken. Of iemand is alleen aan het ‘zenden’ of er worden discriminerende grappen gemaakt.
Een tweede aspect is de persoonlijke reactie – stil vallen; een gevoel van onvermogen; er niet meer bij zijn; zenuwachtig voelen.
De derde kant die vaak terugkomt is het appèl dat we voelen om iets te ‘doen’; een onrecht dat moet worden recht gezet; iets of iemand wordt buitengesloten; er moet iets worden gered. Het kan zijn dat het appèl voortkomt uit een oud patroon, maar het kan ook juist een gevoelde oproep zijn om iets te doen dat helemaal nieuw is.
We cirkelen rondom de vraag of ongemak er nou mag zijn, of dat het moet worden opgelost, veranderd. Langzaam komt bij mij het beeld naar boven dat het persoonlijke gevoel het moeilijk kan maken om ‘erbij’ te blijven – en niet af te haken, weg te kruipen, terug te trekken in eigen gedachten. Erbij blijven betekent dan zoiets als helder zien wat er speelt.
Ik vraag me af of het ervaren van ongemak automatisch betekent dat iets een leersituatie is. Andersom kunnen we ons voorstellen; als je iets leert, is er een bepaalde mate van ongemak.
Het verduren van ongemak gaat makkelijker als het ons lukt om eerst onze eigen reactie onder ogen te zien. En onze reacties lijken – voor een deel – voort te komen uit fundamentele menselijke angsten; word ik wel geaccepteerd door de groep, gaan ze me niet verstoten? Het kan helpen om te erkennen dat interne emoties hoog oplopen. Hierdoor overspoelen ze minder, wordt de neiging om er van weg te gaan ook minder.
Zo kan er ruimte komen voor wat dit gevoel veroorzaakt. En ruimte voor hoe we daarmee om willen gaan.
Renate had nog een mooie aanvulling op deze observaties:
Het benoemen van het ongemak geeft in veel situaties lucht. Dan transformeert het ongemak dat “er hangt” naar een ingrediënt van de dialoog zelf en kan het benoemen de dialoog verdiepen naar een wezenlijker niveau van uitwisseling. Het kan in beginsel ieders rol en verantwoordelijkheid zijn om het ongemak te benoemen en het kan helpen bijval te geven als iemand die moed toont. Ongemak creëert beweging!
Wieger de Leur
wiegerdeleur.nl
foto door Chandler Cruttenden on Unsplash